Tedere dieren, uitmiddelpuntige personages, verkleinwoordjes, vrolijkheid, ongerijmdheid. De gedichten in dit debuut van Martijn den Ouden ademen een enorme vrijheid. Ieder gedicht een luikje met verrassend uitzicht – maar verkijk je niet! Soms opent zich een afgrond, happen soldatenkaken lucht, slaan verlangens stuk op donkere grond.
‘De spindoctor, die al naar de zestig opkruipt en op het punt staat om (in plaats van dat gedoe met zo'n nachtbeugeltje) zich slotjes aan te laten meten, is beter af met de debuutbundel van Martijn den Ouden. Hierin wisselt de traditie voortdurend tanden en breekt er per lezing (lees: per gezonde bite) spontaan een verstandskiesje door.’ Astrid Lampe
'Het boeindste debuut van 2010... iemand die ogenschijnlijk van alles probeert, zonder voorbehoud, nog fris en onbezwaard. Die houding levert veel fantasierijke gedichten op, waar de vrijheid vanaf straalt.' Stichting Poëzieclub