A.F.Th. van der Heijden Het schervengericht

A.F.Th. van der Heijden <i>Het schervengericht</i>

1. De verteller in Het schervengericht is de gevangenisbewaarder Agraphiotis. Naarmate het boek vordert komt de lezer steeds meer te weten over deze mysterieuze figuur. Als u alle levensfeiten op een rij zet, wat zou u dan kunnen opmaken over zijn ware gedaante? Wie is hij en welke functie heeft hij - naast die van verteller - in het verhaal? Welke zijn zijn drijfveren?

2. Wat is een schervengericht? Is het ostracisme van toepassing op Remo, op Maddox of veeleer op de gevangenisbewaarder Agraphiotis? Verzamel argumenten waarom het fenomeen op alle drie van toepassing zou kunnen zijn.

3. De recensent Jeroen Vullings heeft in een lovende bespreking in Vrij Nederland betoogd dat de omvang van dit boek een speciale functie vervult. Welke zou dat kunnen zijn?

4. Het schervengericht is een volledig op zichzelf staand boek, maar maakt desalniettemin deel uit van de cyclus Homo duplex. Waarom is die titel goed van toepassing op deze roman?
Leest u in samenhang met deze roman De Movo Tapes (2003, Homo duplex 0), Drijfzand koloniseren (2006, ‘in de geest van Homo duplex’) en Mim (2007, ‘uit Homo duplex’) en u zult de grote verbanden zien. Welke zijn dat en waarom blijkt de titel Homo duplex gelukkig gekozen?

5. Maddox en Remo zijn vrijelijk gemodelleerd naar de secteleider van The Family, Charles Manson, en de filmregisseur Roman Polanski. Manson heeft een aantal leden van The Family aangezet tot het vermoorden van onder andere Sharon Tate, de toenmalige echtgenote van Roman Polanski. Polanski zit een gevangenisstraf uit wegens ontucht met een minderjarige, evenwel zonder dat hij op de hoogte was van de leeftijd van het meisje. Gedurende de uren dat Maddox en Remo samen doorbrengen maken ze elkaar verwijten over de grond van hun veroordeling. Verzamel de argumenten die in het boek aan de orde komen waarom beiden schuldig zijn, of onschuldig.

6. Maddox en Remo komen er gedurende hun gezamenlijke zwabbersessies langzaam maar zeker achter wie ze tegenover zich hebben. Er zijn voor beide personages in het boek verschillende momenten aan te wijzen waarop er sprake is van herkenning. Zet die momenten op een rij. Hoe verhouden die herkenningslijnen zich tot elkaar? Met andere woorden, wie weet wat, en wanneer? Hoe komt dat de spanning ten goede?