Joke Linders Witte zuster in donker Afrika

Joke Linders <i>Witte zuster in donker Afrika</i>

1. Witte zuster in donker Afrika speelt aan het begin van de twintigste eeuw toen ‘zieltjes winnen’ en ‘negers helpen’ nog idealen waren die tot de verbeelding spraken. Wat bewoog Aagje? Was haar keuze in het licht van de tijd en omstandigheden aantrekkelijk?
2. Kun je je voorstellen dat iemand alles achter zich laat om ergens ver weg onder primitieve omstandigheden onbekenden te gaan helpen? In welke vorm zie je dat soort idealen anno 2000?
3. Naast het bekeren van de lokale bevolking richtten missie en zending zich vooral op onderwijs en gezondheidszorg, daarna pas op landbouwtechnieken, economie en/of organisatie. Is dat een logische volgorde?
4. Is Witte zuster in donker Afrika vooral een geschiedenis over een zich emanciperend boerenmeisje of een zich emanciperende familie? Wissel de argumenten voor je keuze uit.
5. De familie Wesselingh voldoet niet direct aan het cliché-beeld van boeren in die tijd. Welke voorbeelden van ongebruikelijk of eigenzinnig handelen zijn in het boek te vinden?
6. Het materiaal voor Witte zuster in donker Afrika komt voor een belangrijk deel uit de brieven van Aagje aan haar familie en omgekeerd. Wat zegt dat over de briefcultuur in de eerste helft van de twintigste eeuw?
7. Wat valt je op aan de taal en toon van de verschillende briefschrijvers?
8. Hoe valt te verklaren dat je veel minder te weten komt over de gevoelens van de hoofdpersoon dan bijvoorbeeld in de boeken van Karen Armstrong tachtig jaar later?
9. Voelde Aagje zich meer verwant met haar vader of met haar moeder? Welke aanwijzingen heb je daarvoor?
10. Aagje was de oudste van twaalf en verliet het gezin als eerste. Ondanks de afstand in mijlen blijft ze zich als oudste gedragen. Hoe merk je dat? Maakt haar dat sympathiek of onsympathiek? En waarop baseer je dat?
11. In Witte zuster in donker Afrika zitten twee hoofdstukken met ‘reisbeschrijvingen’, die van vader en moeder Wesselingh naar Marseille en die van Aagje naar Oeganda. Wat vertellen die reisbeschrijvingen over de tijd waarin dit boek speelt? Welk van de twee reizen zou je waarom het liefst nadoen?
12. Van gelijkwaardigheid tussen blanken en zwarten was aan het begin van de twintigste eeuw nog nauwelijks sprake. Zowel in taal als in positie zijn tal van voorbeelden van ongelijkheid te vinden. Kun je er een paar noemen? Zeggen die ook iets over de verhouding tussen mannen en vrouwen (zowel bij de blanken als de zwarten)?
13. De witte zusters (missionarissen) van O.L. Vrouw van Afrika is een van oorsprong Franse organisatie die in heel Europa meisjes en jonge vrouwen wierf. Hun opleidingsinstituut stond in Algerije (Franse kolonie), Oeganda was sinds 1894 Brits protectoraat. Van dat internationale decor is in het Holy Family Convent in Bwanda niet zoveel te merken. Hoe valt dat te verklaren?
14. In Afrika wordt Aagje of sr. François de Borgia vaak geplaagd door heimwee en ziekte. Hoe is haar reactie op die beproevingen? Zie je een relatie tussen haar fysieke en psychische gesteldheid en haar onverwachte dood?