Yolanda Entius Alleen voor helden
1. Wie zijn eigenlijk de helden in dit boek? Bespreek hun karakter en hun onderlinge relatie.
2. Hoeveel ik-figuren zijn er in de roman? En wat valt u op bij de hoofdstukken die vanuit het perspectief van Lucy zijn verteld? Bespreek ook het wisselende perspectief per hoofdstuk.
3. Alleen voor helden is in een aantal tijdsperioden onderverdeelt. Analyseer die delen. Wat valt u daarbij op? En waarom is het getal 16 belangrijk?
4. Heeft u een moreel oordeel over de houding van de anderen tegenover Lucy? Hadden zij zich meer om haar moeten bekommeren volgens u, opdat Lucy geen zelfmoord zou plegen? Of is iemand die zelfmoord gaat plegen daar toch niet door anderen van af te houden, en hoeven zij dus ook geen schuldgevoel te hebben?
5. Het boek opent met een motto van Ramses Shaffy. Beschrijf hoe dat citaat uit een liedje van hem symbool kan staan voor de hele roman.